De oogmeting (of refractie) bepaalt hoe sterk een brillenglas voor een oog moet zijn. Het brillenglas moet de lichtstralen zo buigen dat zij correct op het netvlies terecht komen. De oogmeting is echter maar een onderdeel van een optometrisch onderzoek zoals door Van Nes Optiek wordt verricht. Een optometrisch onderzoek kan worden opgedeeld in de volgende onderdelen:
Om u goed te kunnen helpen dient een zo betrouwbaar mogelijk beeld te worden verkregen. Hiervoor dient inzicht verkregen te worden in uw optische-, oogheelkundige- en medische voorgeschiedenis, inclusief (oog)afwijkingen in de erfelijke lijn. Aan de hand van deze informatie kan de optometrist zijn onderzoek aanpassen. Medicijngebruik en bepaalde ziektebeelden kunnen namelijk een directe invloed hebben op onze waarneming, de brilsterkten en het welzijn van de ogen.
Bij de objectieve oogmeting is tijdens de meting geen communicatie tussen de optometrist en de klant. Deze methode wordt o.a. toegepast als communicatie onmogelijk is, maar ook als uitgangspunt voor een subjectieve meting. Een objectieve oogmeting wordt gedaan door middel van een skiascopie (schaduwmethode). Ook kan een objectieve oogmeting worden verricht met een oogmeetcomputer (autorefractor).
Bij de subjectieve oogmeting worden tijdens de oogmeting de visuele bevindingen aan de klant gevraagd. In geval van de subjectieve oogmeting worden verschillende glazen voor de ogen geplaatst. Met ‘de letterproef' kunnen de visuele verbeteringen gevolgd worden en de brilsterkte nauwkeurig vastgesteld worden. Het voordeel van een subjectieve oogmeting is dat niet alleen de optische waarden van het oog worden gemeten, maar ook de waarnemingen van beelden via de hersenen. Het kijkproces speelt zich namelijk voor het belangrijkste deel af in de hersenen.
Met het bepalen van de brilsterkte alleen is een goede oogmeting niet compleet. De optometrist zal naar aanleiding van uw voorgeschiedenis een gerichter onderzoek doen; de algemene controle van het oog. Dit kunnen testen zijn die de waarneming van het ogenpaar aangaan en die een beeld geven van de beweging en samenwerking van beide ogen. De oorzaak van een gevonden afwijking zal door de optometrist worden beoordeeld op zijn oorsprong. De pupilreactie kan bijvoorbeeld, op de juiste wijze beoordeeld, uiterst belangrijke informatie verschaffen over het lichaam.
Naast de pupilreactie wordt ook de oogdruk gecontroleerd met een applanatie-tonometer (contact). De klant krijgt een verdovingsdruppeltje in het oog en een gewichtje wordt op het oog geplaatst. Een te hoge oogdruk kan leiden tot gezichtsvelduitval (glaucoom) en onbehandeld uiteindelijk leiden tot algehele blindheid. Deze blindheid kan alleen voorkomen worden door het bijtijds signaleren van onder andere een afwijkende oogdruk. De oogdruk alleen zegt echter nog niets over het wel of niet hebben van glaucoom. Glaucoom kan namelijk ook voorkomen bij een ‘normale' oogdruk (low tension glaucoom). Beoordeling van de papil (plaats waar de oogzenuw het oog verlaat) door onze optometrist/oogarts is zelfs belangrijker dan de drukbepaling in het oog. De drager van een te hoge oogdruk of een ontwikkelend glaucoom merkt van deze aandoening niets tot aan een gevorderd stadium van gezichtsveldverlies. Het voorkomen van deze problemen kan alleen door regelmatige controle van de oogdruk en het netvlies.
Mocht er twijfel bestaan omtrent de conditie van het netvlies, dan kan de optometrist besluiten een gezichtsveldonderzoek te laten verrichten. De optometristen van Van Nes Optiek beschikken over de meest geavanceerde apparatuur, de Nerve Fiber Analyser, GDx Vcc. Deze apparatuur bepaalt de dikte van de zenuwvezellaag op een groot aantal belangrijke punten van het netvlies. Die informatie wordt door een computer vergeleken met een uitgebreide database ‘gezonde' ogen. Uiteindelijk verkrijgt de optometrist een uitgebreid overzicht van de conditie van de zenuwvezellaag van het netvlies. In sommige gevallen zal de optometrist een contrasttest doen. Deze test geeft nuttige informatie over de kwaliteit van het beeld en het netvlies. Ook zijn bepaalde oogziekten hiermee vroegtijdig te herkennen.
Ter afsluiting van het algemene onderzoek onderzoekt de optometrist met een oogspiegel de bodem (fundus) van het oog. Hierbij wordt het netvlies in alle richtingen bekeken en beoordeeld. Mochten er afwijkingen worden gevonden, welke nader bekeken of behandeld dienen te worden, dan worden de bevindingen genoteerd in een verwijsbrief, welke wordt meegegeven voor uw huisarts of eventueel direct voor de oogarts in het Oogziekenhuis te Rotterdam (indien sprake is van deelname aan het Transmuraal Glaucoom Project).